
In de Indonesische provincie Papua leven momenteel zo'n 2,8 miljoen mensen, van wie 55 procent bestaat uit de oorspronkelijke inheemse Papuabevolking.
In de actieve koloniale periode (’49-’62) en aan het eind hebben Nederlanders veel erfgoed meegenomen. Daarnaast hebben de Indonesiërs collecties meegenomen naar bijvoorbeeld Java.
De Papuagezinnen die moesten vluchtten in de jaren '60 namen ook diverse vormen van erfgoed mee, met name bestaand uit stukken die hun uit hun eigen familieverband stamden. De collecties in Nederland zijn dus niet alleen uitgebreid maar ook zeer uniek.
Dit geldt voor het onderwijs maar ook voor de groeiende
civil society in Papua.Maatschappelijk gezien is dat respect steeds belangrijker omdat de Papuaculturen flink onder druk staan.
Het voeden en
Deze schaamte richting de Papua’s komt onder meer voort uit het feit dat de Nederlanders aan hen onafhankelijkheid hadden beloofd.
In Nederlands Nieuw-Guinea was geïnvesteerd in infrastructuur en economisch opbouw maar ook in politiek kader en de realisatie van een Papua parlementair orgaan (de Nieuw Guinea Raad).
Er wordt over de Nederlandse kolonisatie van het huidige Papua en andere oud-koloniën zeer weinig inhoudelijke informatie overgedragen binnen het Nederlands onderwijs, ondanks de onlangs geïnstalleerde canon waarin de Papua’s met naam worden genoemd.
Recent onderzoek wijst uit dat het behoorlijk slecht gesteld is met het historisch besef van zowel schoolgaande jeugd als volwassenen in Nederland.
Gesteld kan worden dat de Nederlandse samenleving hierdoor een kennisachterstand oploopt ten opzichte van de haar omringende landen.
Multiculturele debatWe hebben kennis van het verleden nodig om het heden te begrijpen en de toekomst te vormen.
De kolonisatie van Nieuw-Guinea en de migratiegeschiedenis van Papua’s naar Nederland zijn zeer concrete uitingen van een relatief onbekend deel van de geschiedenis van Nederland.
Historische duiding is cruciaal als we het Nederland van nu beter willen begrijpen en verder willen komen in het huidige multiculturele debat waarbinnen groepen regelmatig op eenkennige wijze worden gecategoriseerd. Dat verhardt Nederland.Cultureel erfgoed van culturele minderheden zoals de Papua’s kan dan als een counter fungeren.
Dynamiek van erfgoed: verschillende betekenissen
Een voorbeeld is het waarderen van Papua-artefacten. Makers zelf produceren artefacten vaak als gebruiksvoorwerpen die verbruikt worden, of als cultusvoorwerpen die een functie hebben bij bepaalde rituelen en feesten en dan teruggegeven worden aan de natuur, zoals bijv. bisjpalen.
D
e Papua’s, in al hun diversiteit, maakten hun artefacten niet persé voor de lange termijn. Inmiddels worden ook artefacten gemaakt voor de verkoop in de toeristenindustrie omdat er een markt voor is gecreëerd. Het verschepen van artefacten door Westerlingen, toen en nu, zorgde voor Papuacollecties in westerse musea en nieuwe dure koopwaar in galeries. Door andere (want Westerse) ogen bekeken op een andere plek veranderen de artefacten van betekenis. Op deze wijze hebben de artefacten een andere behandeling en een prijskaartje gekregen. Helaas ontvangen de makers van Papua-artefacten vaak nog te weinig van de goede verkoop van hun werk in het Westen, in tegenstelling tot de Australische Aborigines.