Collectie

Belangrijke collectie Erfgoed
In Nederland is een zeer uitgebreide, belangrijke collectie Papua cultureel erfgoed opgebouwd. Deze collectie is ontstaan door eeuwen contact met het westelijk deel van Nieuw-Guinea en kolonisatie van het gebied door Nederland tot 1962, nu Papua geheten. 

Het Papua-erfgoed is gedeeld erfgoed en heeft zowel voor Nederland als Papua grote betekenis. Het geeft een beeld van de cultuur en historie van de autochtone bevolking van de provincie Papua (Indonesië) en tevens handen en voeten aan (een vergeten deel van) de koloniale geschiedenis van Nederland.

Drie generaties

In Nederland leeft momenteel een Papuagemeenschap van 1500 mensen (onofficiële telling), bestaande uit drie generaties. De meesten van hen kwamen begin jaren ’60 naar Nederland als politiek vluchteling. 

Daarnaast bevinden zich Papua’s op andere plekken in de diaspora: in Zweden, Griekenland, Engeland, de Verenigde Staten, Australië, en verschillende gebieden in Oceanië (Fiji, Vanuatu, Solomons).

Voorheen verbleven Papua’s ook in Suriname en Senegal. De grootste groep gevluchte Papua’s buiten Papua zelf leeft in Papua New Guinea (15.000). 

In de Indonesische provincie Papua leven momenteel zo'n 2,8 miljoen mensen, van wie 55 procent bestaat uit de oorspronkelijke inheemse Papuabevolking. 


Unieke collecties
Nederland heeft, als oud-kolonisator, een verantwoordelijkheid het erfgoed zo goed mogelijk toegankelijk te maken voor alle geïnteresseerden in Nederland, in Papua en daarbuiten, temeer omdat in de laatste decennia van de 20ste eeuw veel van het erfgoed in Papua zelf verloren is gegaan.  

Papua’s refereren vaak naar hun gebied als zijnde zonder geschiedenis. Met name informatie stammend van voor 1962 is in Papua nauwelijks te vinden.

In de actieve koloniale periode (’49-’62) en aan het eind hebben Nederlanders veel erfgoed meegenomen. Daarnaast hebben de Indonesiërs collecties meegenomen naar bijvoorbeeld Java.   

De Papuagezinnen die moesten vluchtten in de jaren '60 namen ook diverse vormen van erfgoed mee, met name bestaand uit stukken die hun uit hun eigen familieverband stamden.  De collecties in Nederland zijn dus niet alleen uitgebreid maar ook zeer uniek.  

Toename vraag naar Papua-erfgoed 
In Papua is de vraag naar kennis over dit erfgoed de laatste jaren sterker toegenomen.
Dankzij de installatie van regionale autonomie in Papua
door Indonesië, is er meer ruimte ontstaan aan deze vraag tegemoet te komen.

Dit geldt voor het onderwijs maar ook voor de groeiende civil society in Papua.

Meer aandacht en grotere waardering voor het erfgoed genereert meer respect voor Papuaculturen en vestigt aandacht op de intrinsieke waarde van bestaande Papuaculturen en het Papua-erfgoed.

Maatschappelijk gezien is dat respect steeds belangrijker omdat de Papuaculturen flink onder druk staan.

In de Nederlandse Papuagemeenschap is de vraag naar culturele kennis en uitwisseling groeiend, mede omdat zij inmiddels uit drie generaties bestaat met een vierde onderweg. Erfgoed toegankelijker maken en actief te delen met de Papuagemeenschap in Nederland en de diaspora is dus van groot belang.

De vraag naar Papua-erfgoed zie je ook op bredere schaal terug. Het zeer grote succes (in bezoekersaantallen en media-aandacht) van de recente Bisjpalen tentoonstelling in het Tropenmuseum en het inter/nationale succes van kunstenaars als Roy Villevoye en Fiona Tan, die Papua centraal stellen of bron laten zijn in hun beeldend werk, zijn goede voorbeelden van recente interesse.

Erfgoed als uiting van identiteit
Het verlangen naar een actuele invulling van een collectieve identiteit en een ‘sense of belonging’ wordt binnen de Papuagemeenschap steeds groter.

Het voeden en versterken van de eigenwaarde binnen Papuagemeenschappen in de diaspora loopt in belangrijke mate via diverse vormen van erfgoed.  

Papua’s zelf richten zich met name op muziek, dans, beeldmateriaal en de geschiedenis als belangrijke uitingen van eigen erfgoed.

Tevens wordt het optekenen van levensverhalen en migratiegeschiedenissen steeds belangrijker geacht omdat de eerste generatie in Nederland inmiddels tussen de mid-60 en mid-80 is.

De gemiddelde levensverwachting van Papua’s in Nederland ligt lager dan het landelijke gemiddelde, de meesten sterven voor hun 65e-70ste.


Koloniale verleden: Papua-erfgoed als bron van kennis
De gemiddelde Nederlander weet niet dat er Papua’s in Nederland zijn.
Bovendien hebben veel Nederlanders een complexe verhouding tot hun koloniale verleden, zeker richting Papua: veelal wordt het gebagatelliseerd en/of is er een gevoel van schaamte over het verloop.

Deze schaamte richting de Papua’s komt onder meer voort uit het feit dat de Nederlanders aan hen onafhankelijkheid hadden beloofd.

In Nederlands Nieuw-Guinea was geïnvesteerd in infrastructuur en economisch opbouw maar ook in politiek kader en de realisatie van een Papua parlementair orgaan (de Nieuw Guinea Raad). 

Er waren diverse nationale symbolen ontworpen (de vlag de Morgenster, het nationale wapen, een volkslied) en de officiële vraag van de Nederlandse regering aan de Papua’s was op welke datum zij onafhankelijk wensten te zijn.  

Terwijl deze bewegingen intern aan de gang waren, besliste de internationale politiek anders. Papua werd overgeheveld aan Indonesië in mei 1963 en na een volksraadspleging in 1969 werd het een provincie van Indonesië.

De Nederlanders die op stel en sprong moesten vertrekken uit Nieuw-Guinea medio 1962, deden dat vol schuldgevoel naar de Papua’s. 

Historische duiding
Het algemene gevoelen was dat zij de Papua's in de steek lieten. Bij het ontsluiten van nog grotendeels onbekende verhalen en geschiedenissen ontstaat een meer complexe historische duiding en een groeiend besef van het bestaan van een gedeelde geschiedenis.
Er wordt over de Nederlandse kolonisatie van het huidige Papua en andere oud-koloniën zeer weinig
inhoudelijke informatie overgedragen binnen het Nederlands onderwijs, ondanks de onlangs geïnstalleerde canon waarin de Papua’s met naam worden genoemd.

Recent onderzoek wijst uit dat het behoorlijk slecht gesteld is met het historisch besef van zowel schoolgaande jeugd als volwassenen in Nederland.

Gesteld kan worden dat de Nederlandse samenleving hierdoor een kennisachterstand oploopt ten opzichte van de haar omringende landen.

Multiculturele debat
Het aanwezige Papua-erfgoed (en de aanwezige gemeenschap) in Nederland kan een functie hebben in het huidige maatschappelijke debat in Nederland.

We hebben kennis van het verleden nodig om het heden te begrijpen en de toekomst te vormen.

De kolonisatie van Nieuw-Guinea en de migratiegeschiedenis van Papua’s naar Nederland zijn zeer concrete uitingen van een relatief onbekend deel van de geschiedenis van Nederland.

Historische duiding is cruciaal als we het Nederland van nu beter willen begrijpen en verder willen komen in het huidige multiculturele debat waarbinnen groepen regelmatig op eenkennige wijze worden gecategoriseerd. Dat verhardt Nederland.

Cultureel erfgoed van culturele minderheden zoals de Papua’s kan dan als een counter fungeren. 

Dynamiek van erfgoed: verschillende betekenissen
PACE staat een dynamische kijk op erfgoed voor: het erfgoed worden in context en tijd geplaatst. Wat blijkt is dat het erfgoed verschillende betekenissen voor verschillende mensen kan hebben maar ook  verschillende betekenissen in diverse perioden.

Een voorbeeld is het waarderen van Papua-artefacten. Makers zelf produceren artefacten vaak als gebruiksvoorwerpen die verbruikt worden, of als cultusvoorwerpen die een functie hebben bij bepaalde rituelen en feesten en dan teruggegeven worden aan de natuur, zoals bijv. bisjpalen. 

De Papua’s, in al hun diversiteit, maakten hun artefacten niet persé voor de lange termijn. Inmiddels worden ook artefacten gemaakt voor de verkoop in de toeristenindustrie omdat er een markt voor is gecreëerd.

Het verschepen van artefacten door Westerlingen, toen en nu, zorgde voor Papuacollecties in westerse musea en nieuwe dure koopwaar in galeries. Door andere (want Westerse) ogen bekeken op een andere plek veranderen de artefacten van betekenis.

Op deze wijze hebben de artefacten een andere behandeling en een prijskaartje gekregen. Helaas ontvangen de makers van Papua-artefacten vaak nog te weinig van de goede verkoop van hun werk in het Westen, in tegenstelling tot de Australische Aborigines.
(Eerste vijf foto's: Jutka Rona)