Themapagina's

De themapagina's bieden een diepgravender inzicht in verschillende aspecten van het bestaan van de oorspronkelijke bewoners van West-Papua.

Dagen van ‘eeuwige sneeuw’ in Papua geteld

onderzoek op Pucak JayaWetenschappers uit Indonesië en de VS waarschuwen dat de 'eeuwige sneeuw'  in de Indonesische provincie Papua in 2015 verdwenen zal zijn. Na jaren van voorbereiding heeft in juni 2010 een 13-daagse expeditie plaatsgevonden naar de ijslaag op de verlaten, mistige bergen van Oost-Indonesië. Op de flanken van de Puncak Jaya, die in de Nederlandse koloniale tijd Carstenzpiramide of Carstensztop heette, zijn de eeuwige sneeuw en de gletsjers bijna verdwenen. De Puncak Jaya is met een hoogte van 4884 meter de hoogste berg van Indonesië en Oceanië.

De schoonheid van de Raja Ampat

raja ampatDe schoonheid van de Raja Ampat is nog even groot als in vorige eeuwen. De archipel in de Stille Oceaan bestaat uit de vier grote eilanden (Waigeo, Batanta, Salawati en Misool) en meer dan 2500 kleinere eilanden met in totaal 85 dorpen. De eilanden liggen bij de noordwestkust van het schiereiland Vogelkop, bij de plaats Sorong in de Indonesische provincie West-Papoea. De eilandengroep omvat ongeveer 4,3 miljoen hectare land en zee. In het koloniale verleden van Nederland werd het gebied ook wel de 'Oude Vogelkop' genoemd.

Vliegen als vervoer in Nieuw-Guinea

toestel Kroonduif op sleephelling  Tijdens het Nederlands bestuur in Nieuw-Guinea kon vanaf 1956 tot en met 1962 worden gevlogen met de luchtvaartmaatschappij Kroonduif. De Nederlandse KLM stationeerde zijn eerste vliegtuig in 1950 op de door de Japanners in WOII gebouwde vliegbasis Mokmer op het eiland Biak. In juli 1955 werd besloten dat de Nederlands Nieuw-Guinea Luchtvaart Maatschappij (NNGLM) een dochter van de KLM zou worden onder de naam Kroonduif. Die ging vanuit Biak als basis vliegen naar de plaatsen Hollandia, Merauke, Tanah Merah, Sorong en naar het eiland Numfoor.

De expeditie naar het Sterrengebergte

Een oude Papua met het portret van prinses BeatrixNederlands laatste grote, en meest kostbare, expeditie gaat na een jarenlange voorbereiding in 1959 naar het Sterrengebergte in Nieuw-Guinea. Vier jaar voor de overdracht aan Indonesië namen wetenschappers van een groot aantal disciplines aan deze expeditie deel om het laatste onbekende deel van de Nederlandse kolonie in kaart te brengen. Tijdens de expeditie waren er tegenslagen en conflicten in overvloed. Goederen arriveerden te laat, er waren te weinig dragers, een helikopter stortte neer en er was voortdurend geldgebrek door slecht management.

Magische tekenen uit de prehistorie

rotsbeschilderingOver de prehistorie van het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea is weinig bekend. Door de natuurlijke gesteldheid van het land, zijn er vrijwel geen sporen uit het verleden nagelaten. Ook de vroegere semi-nomadische levensstijl van veel Papua-volken werkte daaraan niet mee. De eerste bewoners van Nieuw-Guinea zouden meer dan 50.000 jaar geleden, via Zuidoost-Azië, op het eiland zijn neergestreken. Vanaf het begin van de megalithische periode van 40.000 tot 30.000 voor Christus is er een beeld te geven van die tijd. 

DETA-jongens bouwden naoorlogse Hollandia op

ontwerpers en makers DETA-monumentOp 18 november 2004 is op de weg van Jayapura naar Sentani een monument onthuld om te herdenken dat 55 jaar eerder de eerste DETA-contractant voet op Nieuw-Guinese bodem heeft gezet. Het gedenkteken werd gemaakt door de vroegere DETA-mannen Daan Sahetapy, Nico van Balgooij en Ruud Tomasouw. Net voor de overdracht van Nederlands Indië op 27 december 1949 wierf het Nederlandse Gouvernement meer dan 1000 jonge Indische Nederlanders aan om gedurende één jaar bij de Dienst Economische en Technische Aangelegenheden (DETA) als kwartiermakers aan de opbouw van Nederlands Nieuw-Guinea te gaan werken, dat vooralsnog was uitgezonderd van de soevereiniteitsoverdracht.

Paradijsvogel: gevederde danser in het bos

de Lesser paradijsvogelHet mannetje van een paradijsvogel is een prachtige verschijning met zijn opvallend kleurrijke verenkleed in het oerwoud van het eiland Nieuw-Guinea .Tijdens de balts steken de heldere rode, gele en blauwe kleuren fel af tegen het groen van het regenwoud. Deze bijzondere vogel behoort tot de mooiste vogels ter wereld en heeft menig kunstenaar tot prachtige werken geïnspireerd. Papua-volken, in zowel het Indonesische deel van het eiland als het buurland Papua New Guinea (PNG), gebruiken nog steeds de veren van de paradijsvogel ter verfraaiing van hun hoofdtooien.

Amungme: Bergpapua's zonder berg

de Grasberg-mijnDe Amungme is een bevolkingsgroep van ongeveer 13.000 mensen in de Indonesische provincie Papua. In de Nederlandse tijd leefden ze in 17 valleien en bergdalen aan de zuidelijke flanken van het centrale hooggebergte van Nieuw-Guinea. Voor hun levensonderhoud waren ze vrijwel geheel zelfvoorzienend (jagen, verzamelen en verbouw van gewassen in wisselbouw). Veel Amungme zijn van hun land verjaagd, maar ze blijven gehecht aan hun voorouderlijke grondgebied en beschouwen de omliggende bergen als heilig.

Cultuur Kamoro veert langzaam op

Kamoro demonstreren houtsnijkunstEen langgerekt deel van de zuidwestkust van Nieuw-Guinea is het grondgebied van de Kamoro. Rekening houdend met de getijden leven deze semi-nomaden langs de kust van FakFak tot Merauke. Maar ook bij hen is de moderne wereld opgerukt. Het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Freeport dat in het gebied actief is, heeft ervoor gezorgd dat de Kamoro een minderheid zijn op eigen grondgebied. Er verschenen ook houtkapbedrijven en grote stukken land werden overgenomen door Indonesische transmigranten zonder medeweten en goedkeuring van de lokale bevolking.